vrijdag 29 november 2013

Jeugdsentiment

Zo nu en dan duikt mijn oud dagboek op. Uit het niets, nadat ik het maanden uit het oog verloren was. Het komt ook altijd uit op de meest gekke plaatsen, alsof het meant to be was dat ik het ding zou verliezen. Ik bedoel maar, wat doet een dagboek nu in mijn berging helemaal onderin de zakkenzak? (zeg niet dat je niet weet wat dat is, want een zakkenzak moet iedereen wel hebben. Een reuzegrote Lidl, Bart Smit of whatever herbruikbare draagzak met allemaal zakjes erin gepropt. Altijd handig, voor als je eens dertig winkels gaat leegkopen). Ik heb zo´n donkerbruin vermoeden dat mijn peutertje er voor iets tussenzit. Maar goed, nadat dat peutertje die hele zakkenzak op zijn zakkenkop trok, viel mijn dagboek als verborgen cadeautje tussen de zakken uit. Voordat het weer ergens spoorloos verdwijnt, nam ik dus even de tijd om erin te bladeren.

Het doet me plezier te lezen dat ik op zevenjarige leeftijd al een echte dichter was:
´Met veel zorgen, maar geen kou
schrijf ik deze frief voor jou.
En ik hou heel veel van jou
En samen met *naam broer* blijf ik jou trouw!´
Po√ęzie van de bovenste plank, ik zeg het jullie!

Ook dacht ik blijkbaar dat er kleine kaboutertjes in mijn dagboek woonden, want in bijna elk stukje dat ik schrijf refereer ik naar ´jullie´. ´Weten jullie hoe ik kan afvallen?´ (seriously), ´Ik ben met nichtje L weggeweest, die kennen jullie niet.´ en zelfs ´Deden jullie ook mee met de carnaval? Dan heb ik jullie niet gezien, want ik ken jullie niet.´ en meermaals bied ik mijn excuses aan mijn dagboek aan omdat ik er allang niet meer in geschreven heb.

Het allergrappigste? Het feit dat ik geloofde dat mijn broer elke dag kristallen en gouden steentjes aan het kanaal vond en er ook graag zo eentje wilde! BALEN seg, dat hij ze elke dag weer kwijtgeraakte. Jij superliegeliegebeest, een klein kind zo voor de gek houden. Ohja, over die broer gesproken: ik was er blijkbaar niet van gediend dat hij vaak straf kreeg en ik niet. Mijn letterlijke woorden waren: ´Ik wil ook wel eens straf of huisarrest in plaats van hem! Ok? Dankuwel!´ Raar kind was ik.
En niet te vergeten: de HUSAkrant! Ik wilde graag schrijven voor de Kinderkrant (wat ik daarna ook heb mogen doen, ondanks mijn dubieuze dichtkunsten), maar wist zo gauw geen pakkende naam te verzinnen. Mijn voordehandliggende oplossing was dus gewoon de eerste letters van de naam van mijn broer en mezelf maar even achter elkaar plakken. Na wat rebussen, niet-grappige moppen, ´uit het leven gegrepen´-getuigenissen, celebinfo en het meest mislukte kruiswoordraadsel ooit, besloot ik dat ik toch niet in de wieg gelegd was om magazineontwerpster te worden. Onder het doorgekraste vierkant met hier en daar wat letters doorheen gehusseld, schreef ik met enige zelfkritiek: ´Ik denk dat ik er maar beter mee stop´
Zelfkennis, zo zou je het ook kunnen noemen, eigenlijk.

Na al dat jeugdsentiment, inclusief zwijmelverhalen over mijn eerste verliefdheid en hartjes, heel veel hartjes, weet ik geen einde aan dit stukje te breien, dus in naam van al de jokertjes, kapoentjes en andere vreemdelingen die er in mijn dagboek woonden, zeg ik: Ik denk dat ik er maar beter mee stop.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten